Welkom op de website van de huisartsendienstenstructuur Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel ( DZDNO )

De dienstenstructuur van de huisartsen uit Diever, Dwingeloo, Havelte, Frederiksoord, Vledder, Giethoorn en Nijeveen.

U vindt op deze website veel informatie over de totstandkoming van de huisartsendienstenstructuren in Nederland. Op deze site zult u voortdurend op de hoogte gehouden worden van nieuwe ontwikkelingen op dit gebied.

Laatste nieuws:

Augustus 2016

'Huisartsenposten zijn door drukte steeds slechter bereikbaar'
Klik hier voor het nieuwsbericht op nu.nl.

Huisartsen van DZDNO zijn wel goed bereikbaar!
Dit terwijl ze in een gebied werken met verhoudingsgewijs heel veel ouderen. Tegelijkertijd nemen de huisartsen bijna altijd zelf de telefoon aan, zonder tussenkomst van een doktersassistente.

Zie ook het nieuwsbericht op de website van RTV Drenthe en op de website van Dagblad van het Noorden.


Huisartsen in Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel zijn goed bereikbaar

Uit het onderzoek van de consumentenbond blijkt dat de telefonische wachttijden bij bijna alle huisartsenposten in Nederland ontmoedigend lang zijn. Gelukkig zijn er ook nog twee positieve uitzonderingen. Dit zijn Groningen en de dienstenstructuur Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel (DZDNO). In de dienstenstructuur DZDNO werken de huisartsen van Diever, Dwingeloo, Havelte, Frederiksoord, Vledder, Giethoorn en Nijeveen. Bij het onderzoek van de consumentenbond werd alle keren dat er gebeld werd naar DZDNO de telefoon binnen twee minuten opgenomen.
De drie ‘huisartsenposten’ van DZDNO onderscheiden zich van alle andere posten in Nederland doordat de telefoon buiten kantooruren bijna altijd door de huisarts zelf wordt opgenomen en niet door een doktersassistent. Evenmin wordt er gebruik gemaakt van een speciale auto met chauffeur. Een ander onderscheid is het feit, dat er in de drie ‘posten’ slechts bij uitzondering door waarnemend huisartsen wordt gewerkt. Een vierde verschil met de meeste andere huisartsenposten komt door het grote aantal vakantiegangers en dagtoeristen in het gebied van DZDNO. De zogenaamde toeristische druk in het gebied ligt jaarlijks ruim boven de vijftig procent.
InEen, de branchevereniging van de huisartsenposten, geeft in een persbericht aan dat o.a. een toename van kwetsbare ouderen een reden kan zijn voor de slechtere telefonische bereikbaarheid van de huisartsenposten in Nederland.
Opvallend genoeg werken de huisartsen van DZDNO in een gebied met verhoudingsgewijs heel veel ouderen. De gemeente Westerveld (Diever, Dwingeloo, Havelte, Frederiksoord en Vledder) heeft na de gemeente Rozendaal (1500 inwoners) het hoogste aantal 65 plussers van Nederland.
Ondanks de zeer hoge grijze druk en het grote aantal toeristen in het gebied van DZDNO kunnen de huisartsen een goede bereikbaarheid en beschikbaarheid garanderen door tijdens alle diensturen steeds drie huisartsen paraat te laten staan.
Al meer dan tien jaar snijden ze zich hiermee in hun eigen vingers. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft namelijk een beleidsregel bedacht waarbij huisartsendienstenstructuren, waar de huisartsen meer dan 450 uren per jaar per normpraktijk dienst doen uitgesloten worden van twee van de vier betaalmodules. En de huisartsen van DZDNO draaien nu juist wel meer dan 450 uren dienst per jaar. Inzet van minder huisartsen zou op grond van de huidige beleidsregel een hoger jaarbudget voor DZDNO genereren. Raar maar waar.
De vraag moet gesteld worden of de patiëntenzorg gediend is met de door de NZa in 2005 bedachte beleidsmaatregel.


Februari 2011

DZDNO heeft een reactie geschreven op het discussiedocument “Acute Zorg”.

Kernbegrippen:

  • Voor de (meeste) acute medische zorg is de huisarts primair verantwoordelijk en dit moet ook zo blijven.

  • Bij spoed 112 en/of het (spoed)telefoonnummer van de eigen huisarts bellen


December 2010

Artikel in Medisch Contact: Kleinschalige huisartsenzorg loont
HAP kan geen samenhangende en laagdrempelige zorg bieden

Voor de gemiddelde arts is het huidige systeem van grootschalige huisartsenposten veelal de ideale oplossing voor avond-, nacht- en weekenddiensten. De patiënt heeft echter vaak meer baat bij de vertrouwde huisarts om de hoek.

Klik hier om het hele artikel te lezen.


Oktober 2010

Zoals het VHN benmark bulletin 2009 laat zien is er de afgelopen jaren een voortdurende stijging van de consumptie in de ANW zorg.
Ook bij de kleinschalige structuren is er toename van de verrichtingen. Dit betreft vooral het telefonisch consult. Door triage van de huisarts zelf is het aantal consulten/visites relatief veel minder gestegen en blijft de betrekkelijk lange avond- nacht- weekenddienst goed te doen.


Maart 2008

Document: Alternatieve financiering ANW zorg (datum 25 september 2007)


Augustus 2007

ACUTE BEWUSTZIJNSSTOORNISSEN

In het maandblad Huisarts en Wetenschap worden in de laatste uitgave (augustus 2007 )twee gevallen van acute medische zorg (bewustzijnsstoornissen) beschreven (auteurs M. A de Meij en I.H Souwer).
 
Bij de conclusie:
 
De kern van de huisartsenhulp in spoedeisende situaties draait om drie keer snel:
  1. snel naar de patiënt
  2. snel de belangrijkste maatregelen nemen
  3. snel zorgen voor definitieve behandeling.
 
Bij snel naar de patiënt wordt aangegeven, dat het niet mogelijk is betrouwbare spoedzorg vanuit een huisartsenpost te leveren zonder het rijden met spoed goed te regelen. Hierbij stellen de auteurs, dat een aanrijtijd tot maximaal 15 minuten maar acceptabel is. In de beschreven casussen komt een geval voor, waar 25 minuten op de hulp gewacht moet worden.
 
Hierbij wordt het volgende geschreven:
Mevr. Snel moet te lang op hulp wachten. Een situatie, die in de ogen van de auteurs van het artikel voor de invoering van de grootschalige dienstenstructuren niet vaak voorkwam, maar nu niet meer zo zeldzaam is. Huisartsenposten bedienen een veel groter gebied dan de waarneemgroepen vroegen deden en hebben daarom langere rijtijden. De vraag dient zich aan hoe je deze tijden zo kort mogelijk kan houden.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------

DZDNO pleit al vele jaren voor goed bereikbare huisartsenzorg, dag en nacht, zodat onacceptabele wachttijden voorkomen kunnen worden.

22 juli 2007

Politici over de schaalgrootte in de ANW zorg:

In het augustusnummer van de Huisartsenpost (jaargang 3, nr 2) komen de vertegenwoordigers van zes politieke partijen aan het woord over hun plannen met de huisartsenposten.

Wat vinden zij van de schaalgrootte van de huisartsenposten en de daaruit voortvloeiende bereikbaarheid? 

Partij: Kamerleden: Huidige bereikbaarheid:
VVD Edith Schippers schiet vaak tekort
SP Henk van Gerven neemt af door grootschaligheid
PVDA Eelke van der Veen is voldoende
Christen Unie Esmé Wiegman boet in door schaalvergroting
Groen Links Kees Vendrik te grote posten werken niet
CDA Janneke Schermers zijn sommige regio's niet te groot?

De meerderheid van bovengenoemde kamerleden geeft aan, dat schaalvergroting leidt tot verminderde bereikbaarheid. Het enige kamerlid, die thans daadwerkelijk initiatieven neemt om iets te doen aan de schaalverkleining is Henk van Gerven. Waar blijven de andere partijen?

Esmé Wiegman geeft in de Huisartsenpost wel duidelijk aan, dat de huidige financieringsystematiek nu heel erg gericht is op schaalvergroting. Zij vraag zich of dit niet wat teveel is doorgeslagen. Meer doelmatigheid vindt ze belangrijk, maar mag van de Christen Unie nooit ten koste gaan van de kwaliteit. Zij merkt op, dat de financieringstructuur zo zou kunnen worden aangepast, dat ook kleinschalige huisartsenposten in bijvoorbeeld plattelandsgebieden weer mogelijk worden.

Het is positief, dat de een aantal kamerleden, niet klakkeloos Minister Klink napraat in zijn beantwoording van de vragen over de kleinschalige dienstenstructuren (zie 2 juli 2007).

13 juli 2007:

College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het beroep tegen de uitspraak van de NZa ongegrond

De beroepsprocedure bij het CBb is helaas door DZDNO verloren.
De uitspraak is vooral teleurstellend, omdat door het CBb de kwaliteitsaspecten van de dienstverlening in de ANW uren in het geheel niet zijn meegenomen. Zaken waar het voor de patiënt primair om gaat.
De politiek is nu aan zet.
 

Als het aan ons ligt, zal er voor de patiënten in ons gebied niets ten nadele veranderen.

We zullen de politiek dan ook blijven informeren over de onjuiste honoreringsystematiek, die er aan bijdraagt dat de ANW-zorg steeds verder van huis raakt.

 

2 juli 2007

Minister Klink informeert het SP kamerlid Henk van Gerven onjuist!

Op 2 juli heeft minister Klink geantwoord op de vragen van het SP kamerlid Henk van Gerven. De vragen gingen over kleinschalige ANW huisartsenzorg.

De antwoorden van de minister zijn te vinden op: http://www.minvws.nl/kamerstukken/cz/2007/antwoorden-op-kamervragen-van-van-gerven-over-problemen-bij-de-kleinschalige-anw-dienstenstructuren-van-huisartsen.asp.

Ons inziens informeert de minister het kamerlid Henk van Gerven feitelijk onjuist op verschillende vragen.

De minister stelt bij de beantwoording van vraag 1 bijvoorbeeld dat:

  • Het beslist niet zo is dat kleine HDS-en financieel worden achtergesteld.
  • Dat kleine hds-en mee gaan profiteren van de vergoeding voor de infrastructurele kosten (het zgn. basisbedrag, dat ze blijven krijgen, óók na 1/1/2005).
  • Daarnaast de kleine hds-en profiteren van de inkomensverbetering (ingevoerde uurtarief), met als gevolg dat door het draaien van meer dan 450 anw-uren de huisartsen in deze kleine hds-en een gemiddeld inkomen verwerven van € 30.500,-- per jaar.

De mededelingen van de minister stoelen niet op de echte feiten. Wat is namelijk de werkelijkheid in 2007?

  • Zowel kleine als grootschalige HDS-en hebben per 1 januari 2007 recht op de basismodule van € 10.40 per inwoner.

  • Bovendien is de plusmodule (90-110%) van toepassing

  • Maximaal komen de basis- en volledige plusmodule samen neer op € 11.44 euro per inwoner

  • Een grootschalige HDS kan afhankelijk van de omstandigheden bovendien nog recht doen gelden op de plattelandsmodule (€ 2.50 per inwoner) en de module zorgconsumptie (maximaal  € 2.00 euro per inwoner). Ook over deze modules vindt verrekening van de plusmodule plaats.

  • Een grootschalige HDS kan haar budget op deze wijze op maximaal € 16.39 euro per inwoner baseren.  

  • Uit dit budget moeten de kleinschalige en de grootschalige HDS-en zowel de infrastructurele kosten (huisvesting, personeel, ICT, telefoon, administratie, vervoer, accountantskosten etc.) als het honorarium voor de dienstdoende huisartsen bekostigen.

  • In een kleinschalige ANW huisartsendienstenstructuur is er maximaal € 26884,-- en in een grootschalige ANW structuur is er maximaal € 38517,-- per jaar beschikbaar per normpraktijk.

  • Dit betekent een verschil in maximale financiering van € 11633,--  per normpraktijk.

 Dit komt neer op ruim 43 % voordeel voor de grootschalige huisartsendienstenstructuur.

Opbouw jaarbudget voor kleinschalige – en grootschalige HDS-en in 2007

 

plusmodule

basismodule

plattelands
module

module zorg
consumptie

maximale budget per inwoner

maximale
budget per 2350 bewoners  (normpraktijk)

Kleinschalige HDS

90-110 %

 € 10.40

nihil

nihil

€ 11.44

€ 26.884,--

Grootschalige
HDS

90-110 %

 € 10.40

€ 2.50

€ 2.00 (maximaal)

€ 16.39

€ 38.517,--

Verschil

-

-

€ 2.50

€ 2.00 (maximaal)

€ 4.95
(€ 4.50 + 10 %)

€ 11.633,--

  • Bij bovenstaande berekening zijn tijdelijke tarieven als gevolg van nacalculatie over voorgaande jaren en herallocatie na de nieuwe normering buiten beschouwing gelaten.

  • Ditzelfde geldt voor de eventuele toekenning van de vakantiedruk.

  • Voorgaande factoren kunnen namelijk opgaan voor zowel kleinschalige als grootschalige huisartsendienstenstructuren maar tegelijkertijd maken ze een juiste vergelijking van de basisbudgetten tussen grootschalige en kleinschalige huisartsendienstenstructuren niet goed mogelijk.

Indien de minister stelt, dat in kleinschalige HDS-en een huisarts gemiddelde € 30.500 aan honorarium verwerft naast een vergoeding voor de infrastructurele kosten, dan is deze stelling niet op feiten gebaseerd aangezien een kleinschalige HDS na de herallocatie een maximaal budget per normpraktijk heeft van € 26.884,-- voor zowel de infrastructurele kosten als het honorarium van de huisarts.

De minister geeft vervolgens aan, dat in grootschalige HDS-en gemiddeld € 13.000 euro aan honorariumkosten per huisarts wordt uitgegeven.

Hieruit kan slecht geconcludeerd worden dat de huisarts in een grootschalige structuur gemiddeld 259 uren per jaar besteedt aan ANW uren voor een tarief van € 50.20 per uur en dat het grootste deel van het totale budget in de grootschalige ANW zorg wordt besteed aan infrastructurele kosten.  

Samenvattend kunnen we stellen, dat de minister onjuiste informatie verstrekt over de bekostiging van de kleinschalige huisartsendienstenstructuren en dat hij door de gemaakte vergelijking met de grootschalige structuren bovendien de gemiddelde lezer op het verkeerde been zet.

10 juni 2007

Lang wachten op een visite!

Huisarts en Wetenschap  juni 2007, auteur Paul Giesen:

Met de komst van de huisartsenposten is de afstand van de arts tot de bezoeken patiënten buiten kantooruren groter geworden. Recent is onderzocht welke gevolgen dit heeft.

Bij een afstand van 20 kilometer wordt in 83.3 %! het eigen kwaliteitscriterium van de U1's (levensbedreigend) niet gehaald!

Afstand in kilometers vanaf post Aantal U1 visites gehaald binnen 15 minuten
7.5-9.9 55 %
10.0-14.9 33.3
15.0-19.9 31.6
> 20 16.7

De conclusie, die uit bovengenoemd onderzoek getrokken kan worden, is dat bij U1 ritten vanuit het Diaconessenhuis Meppel het grootste deel van het gebied van DZDNO niet binnen het officiële kwaliteitscriterium bereikt kan worden.


zaterdag 19 mei 2007

Op 9 mei vond in Nulde het LHV- symposium kleinschalige georganiseerde ANW zorg plaats.

Voor het korte verslag op de LHV site: klik hier
Tevens treft u hierbij vier presentaties aan over kleinschalige ANW Zorg

Op dit moment wordt door de zorgverzekeraars minder geld per patiënt per jaar besteed aan de kleinschalige ANW zorg dan aan de grootschalige ANW zorg.
 

vrijdag 27 april 2007

Hoop uit den Haag?

16.30 uur :

Vanochtend om 7.30 vertrokken, zojuist teruggekomen van de beroepsprocedure bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in den Haag.
We waren per trein, dus geen last van files.
 
We hadden 20 minuten de tijd gekregen om onze advocaat te laten pleiten.
Hierna kwam de landsadvocaat namens de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) aan het woord.
Dit was vooral een herhaling van bekende zetten.
DZDNOis niet doelmatig etc.
 
Gaandeweg de zitting leek het erop, dat er toch enige sympathie bij het College ontstond voor onze manier van werken in weerwil van de door NZa gesuggereerde "ondoelmatigheid". Met name toen onze advocaat had duidelijk gemaakt, dat we niet alleen goedkoper per consult zijn dan de gemiddelde HDS, goedkoper per patiënt dan de gemiddelde HDS maar volgens het IGZ rapport 2006 ook nog een veel betere kwaliteit van zorg leveren dan de gemiddelde HDS. Over doelmatigheid gesproken!
DZDNO en "het Platform Behoud Kleinschalige Huisartsenzorg" (Gerard Gomarus) kregen zelfs ruimschoots de gelegenheid om het een en ander te berde te brengen.
 
De landsadvocaat leek het op enig moment ook allemaal niet meer precies te weten en keek regelmatig achter haar voor hulp bij de mannen van de  NZa. Ook zij konden (in onze ogen) lang niet altijd de goede antwoorden geven.
Met name had niemand weerwoord op ons voorstel om tijdens de ANW- uren in het gebied van DZDNO dan maar twee van de drie permanent aanwezige huisartsen thuis te laten, waardoor we in 1 klap "grootschalig" zouden worden (met alle "voordelen" van dien) en ons verdere advocaatkosten konden besparen.
In die situatie komen we namelijk op 363 uur per normpraktijk per jaar en hebben recht op de plattelands- en zorgmodule.
We kunnen ons vervolgens laten verwennen door een overmaat aan assistentes en ook gaan rijden in een auto met chauffeur.

Het gevolg is wel, dat in een gebied dat groter is dan den Haag en Rotterdam samen er tijdens de ANW uren maximaal 1 arts aanwezig is. In dit zeer toeristische gebied kunnen er op onverwachte momenten veel meer dan honderdduizend mensen aanwezig zijn.

Die ene arts is allemaal in het kader van de door de overheid zo gewenste doelmatigheid. De mensen zullen dan wel langer moeten wachten en/of moeten rijden, maar je kunt niet alles willen in deze tijd.
 
Al met al zijn we duidelijk minder negatief uit den Haag vertrokken als de twee vorige keren bij het bezoek aan VWS en veel positiever dan na de beroepszaak bij het CTG/ZAi (nu NZa) bijna twee jaar geleden.
Het risico bestaat natuurlijk ook, dat er een zekere gewenning optreedt en dat het uiteindelijk weer een teleurstelling wordt. Maar we weten dan wel wat ons te doen staat.
 
De uitspraak zal normaal gesproken binnen 6 weken binnen moeten zijn, maar het is nogal "rommelig" in mei volgens het CBb, dus het zal wel midden in de zomer worden. Bij een negatieve uitkomst kunnen we volgens onze advocaat op Europees niveau verder procederen.
 

7.30 uur:

Om 11.30 staan we bij de bestuursrechter in den Haag om de in 2004 door de VHN en ZN zo gepropageerde normering aan te vechten.

De kans op succes moet (op statische gronden) niet al te hoog ingeschat worden.
 
Door een hoogleraar bestuursrecht aan de UvA is (nieuw) onderzoek verricht naar de daadwerkelijke 'uitspraak' van de bestuursrechter, waar het CBb dus ook deel van uitmaakt. Zo is naar voren gekomen dat de bestuursrechter in 80 % van de gevallen tot een ongegrondverklaring komt, de burger dus ongelijk krijgt. Ten aanzien van de zaken die gegrond worden verklaard (20%), leidt het slechts in 22% van de gevallen tot een vernietiging van het bestreden besluit (een beslechting van het geschil), terwijl in 78% van de gevallen het resultaat een open einde heeft, ofwel, wordt het teruggestuurd naar het bestuursorgaan die bijvoorbeeld een verbeterde motivering moet geven.
De kans op vernietiging van het besluit is statistisch dan ook minder dan 5 %.
 
Toch is het heel vreemd te beseffen, dat er in Nederland regelgeving bestaat (en blijft bestaan), waarbij de huisartsen beter af zijn als de burgers slechtere zorg krijgen.
 
Concreet: indien wij in het gebied van DZDNO het aantal huisartsen in de ANW uren van drie terugbrengen naar één, vallen we buiten de 450 uursnorm en wordt ons budget beduidend hoger.
 
Raar maar waar.

12 februari 2007

HAASTIGE SPOED

Opzij, opzij, opzij
Maak plaats, maak plaats, maak plaats
We hebben ongelofelijke haast (H. van Veen)

In Nederland gaan steeds meer stemmen op voor een algemeen toegangsnummer voor die “acute zorgvragen” waarbij er geen sprake is van een levensbedreigende situatie. In Medisch Contact van 5 januari 2007 heeft de heer dr. R. B. Kool (Prismant) een uitgebreid artikel over dit onderwerp geschreven. Belangrijk te vermelden is dat de opdracht die de basis vormde voor dit artikel, is gegeven door het College van zorgverzekeringen. Andere sterke krachten achter het landelijke nummer zijn o.a. VWS en de NPCF. Op de LHV ledendag van 6 februari j.l. was een workshop gewijd aan dit onderwerp.  

Welke voordelen voor een landelijk spoednummer worden door de voorstanders genoemd?

  • Eenduidige toegang tot een regionaal loket voor acute zorg.
  • Er ontstaat een doelmatiger organisatie van de acute zorg.
  • Alle acute zorgvragen (ook van de Thuiszorg, GGZ, apothekers etc.) kunnen hier afgehandeld worden.
  • Verbetering van de samenhang in de acute zorg zowel overdag als in de ANW.
  • Allerlei “spoedvragen” verstoren nu niet de reguliere werkzaamheden.

Alvorens over te gaan tot een extra landelijk spoednummer dienen mijns inziens ook de volgende punten in de besluitvorming meegenomen te worden. 

  • Een extra landelijk “spoednummer” naast 112 en het spoednummer van de huisarts zal voortdurend aanleiding geven tot misverstanden. De subjectieve “spoedbeleving” zal ook na uitvoerige voorlichtingscampagnes in veel gevallen niet overeenkomen met de professionele “spoedwaardering”.
  • Bij bijna alle “spoedgevallen” is er veeleer sprake van “haast”. die veroorzaakt wordt door angst, dan van echte spoed.
  • Bij uitstek de eigen huisarts(enpraktijk) kan door kennis van de achtergronden goed anticiperen op deze “haast” en is hierdoor in staat om op snelle en juiste wijze de angst en de haast te reduceren.
  • Het dempen van de “haast” door een algemeen toegangsnummer met een zeer korte wachttijd, zal op landelijk niveau de “haastverzoeken” niet doen afnemen maar eerder doen toenemen. Net zoals de zorgconsumptie op de huisartsenposten de laatste jaren alleen maar toeneemt.
  • De toename van de zorgconsumptie op de huisartsenposten wordt in de hand gewerkt door de IGZ bereikbaarheidseisen, waardoor de anonieme telefonisch triage in toenemende mate resulteert in een consulttoewijzing.
  • Bij een landelijk “spoednummer” ontstaat het risico, dat sommige mensen met echte spoed het anonieme “spoednummer” minder snel zullen bellen dan de eigen huisarts.
  • Het “algemene spoednummer” leidt tot “collateral damage” als de eigen huisarts in de beleving van de mensen minder bereikbaar is na het publiek maken van het landelijk “spoednummer” middels een uitgebreide publiekscampagne. 
  • Een landelijk “spoednummer” leidt tot uitholling van de regiefunctie, die de huisarts bij uitstek kan vervullen.
  • Medische problemen, die binnen komen via het landelijke “spoednummer” zullen gezien de veronderstelde “slechte bereikbaarheid van de huisarts” in de overgrote meerderheid geleid worden naar een geïntegreerd spoedcentrum bij een ziekenhuis.
  • Blijft de gemiddelde huisarts in de dagelijkse praktijk nog wel voldoende gekwalificeerd om “all round” huisarts te zijn als de meeste “spoedgevallen” terecht komen in een dergelijk spoedcentrum?

Alles overwegende is mijn standpunt dan ook, dat elke huisartsenpraktijk snel hulp bij acute medische zorgvragen moet kunnen blijven leveren.

Credo: “Bij een acute medische zorgvraag: bel uw eigen huisarts!”  

Dit heeft de volgende voordelen: 

  • Voor alle acute medische zorgvragen hoeft uitsluitend het spoednummer van de eigen huisarts gebeld te worden.
  • De altijd bereikbare huisartsenpraktijk dicht in de buurt van de patiënt, handelt de “acute zorgvraag” op zeer snelle wijze af door “spoedservice op maat”.
  • De acute zorgvraag wordt buiten kantooruren zonder noemenswaardige vertraging doorgeschakeld naar een huisartsenpost in de nabije omgeving.
  • Er is sprake van optimale doelmatigheid in de acute zorg, zowel overdag als in de avond- nacht- en weekenddiensten.
  • Er ontstaat een duidelijke samenhang in de acute huisartsenzorg gedurende 24 uur per dag.

Elke huisartsenpraktijk moet hiertoe dan wel de juiste middelen (personeel en infrastructuur) in kunnen zetten. 

Dit kan door: 

  • Een landelijke campagne, waarbij de mensen gewezen wordt op het paraat hebben van het spoednummer van de eigen huisarts.
  • De (honderden?) miljoenen, die in een landelijk spoednummer gaan zitten,  ten goede te laten komen aan de huisartsenpraktijken.

In het persbericht van 14 december 2006 schrijft de LHV dat de huisartsen de regie over 24-uurs zorg willen behouden. De randvoorwaarden waaronder huisartsen die zorg thans leveren, moeten volgens de LHV wel verbeteren. Als de LHV zich sterk maakt voor een optimale 24-uurs bereikbaarheid van alle huisartsenpraktijken in Nederland, dan is een tweede landelijk “spoednummer” geheel overbodig.

De randvoorwaarden voor de huisarts kunnen verbeterd worden door de huisarts met “spoedservice” overdag een “spoedmodule” toe te kennen. Indien er huisartsenpraktijken zijn, die ook bij extra budgettoekenning geen “spoedservice” overdag kunnen bieden, moet de consequentie onder ogen gezien worden, dat er op termijn twee soorten huisartsenpraktijken in Nederland zullen zijn. Huisartsenpraktijken met en zonder “spoedservice”. 

Zelf heb ik altijd nog het idee, dat je bijvoorbeeld een closetrolhouder
niet te ver van het toilet moet plaatsen.

Moeten we dan wel de medische “acute zorgoplosser bij uitstek” eerst door een landelijk spoednummer laten passeren en dan kijken of er nog ergens hulp te krijgen is? Wordt hierbij in alle haast ook niet het kind met het badwater weggegooid!

A.R.M.

 

31 januari 2007

Hoogervorst vraagt de Nederlandse Zorgautoriteit om rapport avondspreekuur, acute zorg huisartsen

In de brief o.a de volgende zinnen:

"De Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) heeft in haar notitie van juni 2006 in praktisch verwoorde ‘statements’ uitgangspunten en kwaliteitscriteria geformuleerd waaraan een vanuit patiëntenperspectief georganiseerde acute zorg moet voldoen. Zo wordt bijvoorbeeld gesteld dat bij een huisartsenpost of geïntegreerde spoedpost (HAP+SEH) ook een apotheekvoorziening aanwezig moet zijn".

"In een goed functionerende acute zorgketen zal de patiënt op die plek in de keten terecht moeten komen waar zijn zorgvraag adequaat en zo doelmatig mogelijk behandeld kan worden".

"Acute zorg moet altijd beschikbaar kunnen zijn en verantwoord worden aangeboden".

"Het bovenstaande impliceert dat de keten van acute zorg - binnen de gestelde  wettelijke kaders ten aanzien van bereikbaarheid en beschikbaarheid - kwalitatief gelijkwaardig of beter en zeker doelmatiger als keten georganiseerd/ bekostigd kan worden. Ik vraag u een uitvoeringstoets op te stellen waarin u aangeeft hoe en met welke (financiële) instrumenten ik kan bevorderen dat de acute zorg meer op basis van klantpreferenties (zoals ondermeer door de NPCF is verwoord) als keten georganiseerd kan worden".

Geachte minister Hoogervorst,

Onze kleinschalige huisartsendienstenstructuur voldoet al jaren aan alle eisen, die de IGZ en de NPCF stelt aan de avond- nacht- en weekendzorg. Waarom wilt u de kleinschalige ANW huisartsenzorg nu niet erkennen als een essentiële schakel in de acute zorgketen?

Of is groot altijd beter?

2006

De resultaten van het onderzoek door de Inspectie voor de        Gezondheidszorg december 2006

 

IGZ eis

HET GEMIDDELDE VAN ALLE  huisartsenposten in Nederland

Resultaat DZDNO

Telefonische bereikbaarheid 'niet spoed'

Binnen 60 seconden

70 %

100 %

Telefonische bereikbaarheid 'spoed'

Binnen 30 seconden

61 %

93 %

Triage bij (spoed)oproep

Directe supervisie door huisarts

56 %

100 %

Fysieke bereikbaarheid

Binnen 15 autominuten

68 %

99 %

Apotheek

Bij huisartsenpost

30 %

100 %

Beschikbaarheid van medische gegevens

Medisch dossier van eigen huisarts

22 %

100 %

‘Gemiddeld’

100 %

51 %

99 %

22 december 2006

Zorg in de laatste levensfase in de huisartsenpraktijk in Nederland

Proefschrift Sander Borgsteede aan de VU te Amsterdam op 22 december 2006

Uit de samenvatting:

Huisartsen zullen vaker parttime gaan werken en korter op één werkplek blijven. Er zullen minder solopraktijken zijn en meer samenwerking tussen huisartsen die in diverse vormen onder één dak zullen werken. Deze ontwikkelingen kunnen betekenen dat er minder persoonlijke continuïteit in de huisartsenzorg zal zijn binnen en buiten kantooruren.

Wij zullen enkele maatschappelijke keuzes moeten maken over hoe wij willen zorgen voor patiënten die zullen gaan overlijden in Nederland.

  • Willen wij thuis overlijden mogelijk maken voor alle patiënten?

  • Als dit niet zo is, welke patiënten krijgen dan de mogelijkheid om thuis te overlijden?

  • Voor welke patiënten organiseren we zorg op een andere locatie?

  • Hoe bepalen we hoeveel zorg we willen en kunnen geven

  • Wanneer kijken we naar de aspecten in huisartsenzorg die het meest gewaardeerd worden, namelijk thuisbezoeken en aandacht?

  • Als symptomen, ongemakken en eenzaamheid leiden tot een mindere kwaliteit van leven, wie is er dan verantwoordelijk voor het organiseren van de benodigde zorg?

Om te bepalen wat wij onder ‘kwaliteit’ verstaan in onze toekomstige zorg en om de verantwoordelijkheden van de betrokken patiënten en zorgverleners in kaart te brengen, moeten we een maatschappelijke discussie blijven voeren.

Deze discussie is noodzakelijk om richting te kunnen geven aan de toekomstige zorg voor patiënten in de laatste fase van hun leven en de rol van de huisarts daarbij.

PDF-samenvatting van het proefschrift:

Zorg in de laatste levensfase in de huisartsenpraktijk in Nederland (pdf)

 --------------------

Hoe is de situatie in het gebied van Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel?

Naast de persoonlijke begeleiding van de huisarts bij patiënten in de laatste levensfase kunnen deze patiënten ook rekenen op:

Continuïteit van terminale zorg door:

  • 7 x 24 uur hetzelfde telefoonnummer voor de terminale huisartsenzorg

  • 7 x 24 uur zorgverlening door bekende huisartsen bij terminale thuiszorg en
    stervensbegeleiding

  • directe toegang tot het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD)  waardoor correcte informatie over de ziektegeschiedenis

  • directe verslaglegging in het EPD, waardoor goede overdracht naar eigen huisarts

  • bij het voorschrijven van medicatie via het EMD (Elektronisch Medicatie Dossier), directe waarschuwing voor contra-indicaties en/of interacties
     

--------------------

19 december 2006

Persbericht:

DZDNO komt zeer goed uit het onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft het afgelopen jaar onderzoek gedaan naar de kwaliteit van huisartsenposten in Nederland. Het rapport van de Inspectie is 18 december 2006 gepubliceerd. Uit het rapport blijkt dat de telefonische bereikbaarheid van de posten buiten kantooruren, en dan vooral de beantwoording van spoedoproepen bij enkele posten, zorgelijk is.

De kleinschalige huisartsendienstenstructuur Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel (DZDNO) is ook in het onderzoek opgenomen. In deze dienstenstructuur werken de huisartsen uit Diever, Dwingeloo, Frederiksoord, Havelte, Vledder, Giethoorn en Nijeveen.

Aan de hand van het rapport kan geconcludeerd worden, dat de huisartsendiensten- structuur Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel zeer goed voldoet aan alle belangrijke kwaliteitseisen, die de Inspectie voor de Gezondheidszorg stelt aan de huisartsenposten. De Huisartsendienstenstructuur Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel heeft dan ook de volgende kenmerken:

1.   Zeer goede bereikbaarheid per telefoon (alle gesprekken worden binnen 1 minuut persoonlijk beantwoord, gemiddelde responstijd = 19.6 seconden).

2.   Triage van bijna alle oproepen door de dienstdoende huisarts.

3.   Goede bereikbaarheid wat betreft locatie van de huisartsenposten.

4.   Uitstekende beschikbaarheid van het medische dossier van alle inwoners uit het verzorgingsgebied.

5.   Apotheek bij elke huisartsenpost (24 uur per dag beschikbaar).

Meer informatie vindt u in de tekst bij 18 december 2006

Inpectierapport:

Rapport IGZ (pdf)

18 december 2006

Rapport van de Inspectie van de Gezondheidszorg 

Kwaliteit huisartsenposten aanzienlijk verbeterd, spoedoproepen zorgelijk


De kwaliteit van de Nederlandse huisartsenposten is aanzienlijk verbeterd. Echter de telefonische bereikbaarheid van de posten buiten kantooruren en dan met name de beantwoording van spoedoproepen is bij enkele posten zorgelijk.

Dit concludeert de Inspectie van de Gezondheidzorg in het vandaag uitgekomen rapport naar de zorgverlening, spreiding en toegankelijkheid van de huisartsenposten in Nederland. Het rapport 'Kwaliteit huisartsenposten verbeterd sinds 2003'  is een vervolg op een onderzoek in 2003, waaruit bleek dat veel posten veelal niet voldeden aan de voorwaarden voor verantwoorde zorg.

Volgens de inspectie zijn de in 2003 gevonden kinderziekten van de huisartsenposten nu grotendeels overwonnen. De Vereniging Huisartsenposten Nederland (VHN) werkt aan kwaliteitseisen en certificering, waarbij zij de veldnormen bijvoorbeeld op het gebied van infectiepreventie en apotheekvoorziening nog moeten ontwikkelen.

Uit het onderzoek van de inspectie blijkt verder dat de telefonische bereikbaarheid over de hele linie wel is verbeterd, maar het aantal keren dat de telefoon buiten kantooruren helemaal niet beantwoord werd, fors is gestegen. Vier procent van de spoedoproepen werden niet door een persoon beantwoord; dit speelde bij negen huisartsenposten. De inspectie vindt dit een zorgwekkende ontwikkeling.

Verder vindt de inspectie dat er nog onvoldoende garantie is voor een goed inhoudelijk verloop van het triageproces. Zo blijkt uit het onderzoek dat snelle telefonische beoordeling van levensbedreigende zorgvragen door de triagist wel vaker volgens protocollen worden afgehandeld en de huisarts bij de meeste posten ook binnen één uur voor autorisatie van de triage-adviezen zorgt. Maar het ontbreekt nog aan duidelijke opleidings- en vakbekwaamheidseisen waaraan een triagist moet voldoen.

De inspectie zal de enkele huisartsenposten die op een paar gebieden achterblijven bezoeken en aansporen tot verbeteracties. Zo nodig zal de inspectie dwingend optreden als eerder aanbevolen maatregelen niet zijn opgevolgd.
 -----------------------------

Hieronder wordt wat uitgebreider ingegaan op de inhoud van het rapport.

Huisartsendienstenstructuur Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel is zeer goed bereikbaar en heeft zeer goede voorzieningen

De HDS-afdeling van de Landelijke Huisartsen Vereniging (huisartsendienstenstructuur) heeft in 2003 het kwaliteitsmerk voor telefonische bereikbaarheid vastgesteld. Volgens dit kenmerk moet er bij 90 procent van de spoedoproepen binnen 30 seconden persoonlijk contact zijn met de hulpverlener.

Uit het onderzoek van de Inspectie blijkt dat de huisartsen uit Diever, Dwingeloo, Frederiksoord, Havelte, Vledder, Nijeveen en Giethoorn voldoen aan deze eisen voor telefonische beschikbaarheid.

Uit het Inspectierapport komen de volgende bereikbaarheidspercentages naar voren (achter de gemiddelde percentages in Nederland staan dikgedrukt de percentages voor de huisartsendienstenstructuur Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel = DZDNO):

  • 31 procent van de ‘gewone’ oproepen wordt binnen 30 seconden persoonlijk beantwoord. DZDNO: 73 % binnen de 30 seconden, de gemiddelde responstijd van alle 'gewone' oproepen was 20.6 seconden
  • 61 procent van de ‘spoed’ oproepen wordt binnen 30 seconden persoonlijk beantwoord. DZDNO: 93 % binnen de 30 seconden, de gemiddelde responstijd van alle 'spoed' oproepen was 18.6 seconden
  • 70 procent van de ‘gewone’ oproepen wordt binnen 60 seconden persoonlijk beantwoord. DZDNO: 100 % 
  • 90 procent van de ‘spoed’ oproepen wordt binnen 60 seconden persoonlijk beantwoord. DZDNO: 100 % 
     

De gemiddelde responstijd bij DZDNO van alle oproepen (spoed en niet spoed) is slechts 19.6 seconden.

N.B. de Huisartsendienstenstructuur Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel is in het kader van de telefonische steekproeven door Interview NSS, dertig keer gebeld in de periode van 15 tot en met 21 mei 2006.

Ook te vinden in het Inspectierapport:
 
 
Apotheekvoorziening bij huisartsenpost

Wat betreft de medicatievoorziening en -bewaking is het een belemmering dat de apotheek buiten kantooruren vaak niet op dezelfde locatie of op loopafstand van de huisartsenpost is gevestigd. Uit oogpunt van medicatiebewaking zou één apotheek gekoppeld moeten zijn aan de huisartsenpost, niet verschillende met wisselende diensten. Bovendien vindt de inspectie het niet verantwoord dat patiënten soms nog kilometers ver moeten reizen (en zoeken) voor ze een recept kunnen inwisselen.

--------------------

De huisartsen in Diever, Dwingeloo, Frederiksoord, Havelte, Vledder, Nijeveen en Giethoorn hebben allemaal de beschikking over een apotheek, zodat voor een recept geen extra kilometers gereden hoeven te worden. In Nederland beschikken slechts 30 % van de huisartsenposten over een apotheek op dezelfde locatie.
 
 
Beschikbaarheid medische gegevens bij huisartsenposten nog onder de maat

De beschikbaarheid van medische gegevens van inwoners uit het verzorgingsgebied
blijft ver onder de maat, al is wel grote vooruitgang geboekt ten opzichte van 2003.
Zo’n 30 procent van de HDS’en geeft aan dat op de huisartsenposten direct toegang is
tot het medisch dossier van de eigen huisarts of een samenvatting hiervan. Van risicopatiënten zijn bij de helft gegevens aanwezig.

Dit kan serieuze problemen opleveren voor de kwaliteit van de zorg.

----------------------------

De huisartsen in Diever, Dwingeloo, Frederiksoord, Havelte, Vledder, Nijeveen en Giethoorn hebben allemaal rechtstreeks toegang tot het medisch dossier van alle inwoners uit het verzorgingsgebied.

Triage en de supervisie van de triage

De Inspectie stelt: Zeker voor spoedoproepen vindt de inspectie dat er nog onvoldoende waarborgen bestaan dat een triagist verantwoord de triage kan uitvoeren. Het gaat hier bijvoorbeeld om opleidings- en vakbekwaamheidseisen voor de triagist en de eis dat huisartsen getraind zijn in supervisie op het triageproces. Zo lang dit niet geregeld is, moet een huisarts de triage van spoedoproepen zelf verrichten.

De huisarts moet als medisch eindverantwoordelijke actief toezicht houden op het
triageproces. Dit is zeer belangrijk omdat bij veel HDS’en de triagist - weliswaar
ondersteund door protocollen - veel beslissingen zelf neemt. Bijvoorbeeld over het
geven van zelfzorgadvies, een telefonisch recept maar ook of het nodig is dat een arts
de patiënt zelf ziet of spreekt.

De Inspectie stelt in het rapport dat o.a. in de HDS Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel de triage niet volgens een protocol plaatsvindt.

De Inspectie vergeet hierbij, dat in de Huisartsendienstenstructuur Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel de triage plaatsvindt door de dienstdoende huisarts of bij uitzondering in directe ruggespraak met deze huisarts. Dit niet alleen voor de spoedoproepen, maar voor alle hulpvragen. Het protocol is in feite, dat de dienstdoende huisarts ten allen tijde bepaalt wat er met de hulpvraag gebeurt.

Over dit misverstand is al contact met de Inspectie opgenomen.

Samenvattend:

De Huisartsendienstenstructuur Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel heeft de volgende kenmerken:

  1. Zeer goede bereikbaarheid per telefoon (alle gesprekken worden binnen 1 minuut persoonlijk beantwoord, gemiddelde responstijd = 19.6 seconden).
  2. Triage van bijna alle oproepen door de dienstdoende huisarts
  3. Goede bereikbaarheid wat betreft locatie
  4. Goede beschikbaarheid van de medische gegevens
  5. Apotheek bij de huisartsenpost

8 december 2006

Gaan waarnemers de dienst uitmaken?

Zou ROVER protesteren als de NS tijdens alle avond- nacht- en weekendritten autobussen in zou gaan zetten? Continuïteit van vervoer is immers zeker gesteld. Ondertussen kunnen de vertrouwde treinen voor de noodzakelijke rust en het eventuele onderhoud in de remise gezet worden. De rit in de bus duurt misschien wat langer en het zit misschien wat minder comfortabel, maar het vervoer is geregeld. En daar gaat het om!De bussen doen in het geheel geen afbreuk aan de continuïteit van vervoer. ROVER zal haar mond wel moeten houden ook al krijgen ze niets van het treinkaartje terug. 

 Verkoop de diensten en de zorg wordt beter!

In begin van  het artikel "Diensten de deur uit" in Medisch Contact van 17 november 2006, wordt aangegeven, dat de huisartsenposten aanvankelijk opgericht zijn om de werkbelasting van de huisartsen te verlagen. Even later wordt in het stuk gesteld, dat op dit moment de ervaren werkdruk en de zwaarte van de nachtdiensten in de huisartsenpost erg belangrijke redenen zijn voor de huisartsen om ANW-diensten bij een ander onder te brengen. Het heeft er alle schijn van, dat de voor werkdrukverlichting bedoelde huisartsenposten, de huisartsen zelf weer boven het hoofd zijn gegroeid. Desalniettemin lijkt er geen reden tot zorg, want plots wordt nu alles beter. De dagzorg lijdt namelijk onder het werken in de huisartsenpost en deze dagzorg wordt verbeterd door iemand anders de ANW-zorg te laten doen. Terloops wordt de stelling, dat de posten bijdragen aan kwaliteitsverbetering van de huisartsgeneeskundige zorgverlening, uit de hoge hoed getoverd. Het ligt voor de hand dat over enige jaren het werken in de huisartsenpost door gevestigde huisartsen als obsoleet beschouwd zal gaan worden, al was het alleen al vanwege het gebrek aan expertise op het gebied van de spoedzorg.

 Waarom nog verplichte diensten?

Waarom worden huisartsen dan überhaupt nu nog verplicht gesteld om diensten te doen als de verkoop aan waarnemers zo goed werkt?  En waarom moeten de huisartsen deze goede ANW-zorg dan eigenlijk nog sponsoren? Niet zelf werken, dan betalen! Dit systeem zal geen lang leven beschoren zijn. Over niet al te lange tijd zal een benchmarkonderzoek aantonen dat het voortbestaan van een HAP naast een SEH niet effectief en rendabel is. Volledige integratie zal binnen enige jaren volgen. Wie het werk daar dan zal doen is van later zorg. Voorspeld kan worden, dat er weinig gevestigde huisartsen zullen zijn, die vrijwillig op deze geïntegreerde posten diensten willen  draaien. De schaalvergroting in de ANW-huisartsenzorg heeft geleid tot een domein waar productienormen, productie gegevens en de uiteindelijk gerealiseerde productie zullen bepalen of de zorg efficiënt genoeg is. Hier wordt de post op afgerekend. De gewone huisarts zal hier steeds verder van vervreemden. Productiecijfers geen dan ook geen enkel inzicht in ervaren pijn, verdriet of wanhoop van een patiënt.

 Recht op volwaardige huisartsenzorg dag en nacht

Inwoners van Nederland hebben recht op huisartsenzorg dag en nacht. In het meer dan 5 jaar oude Koninklijke Besluit over de huisartsenposten staat, dat met huisartsenzorg gedurende avond, nacht en weekend huisartsenzorg van dezelfde kwaliteit en inhoud wordt bedoeld als huisartsenzorg, die geleverd wordt buiten avond, nacht en weekend. Wordt in Nederland aan deze eisen overal voldaan? Beschikken alle huisartsenposten al over essentiële medische gegevens tijdens de diensten? Zijn alle patiënten bereikbaar voor de huisarts binnen een kwartier? Kunnen alle patiënten binnen een half uur bij een huisartsenpost komen? Zijn er acceptabele wachttijden? Als de stelling gehanteerd wordt dat de kwaliteit van de huisartsenzorg is verbeterd, dan moet op zijn minst op alle voorgaande vragen bevestigend geantwoord kunnen worden. En dat is helaas niet zo. Waarom dan zo’n positief artikel?

Grote verscheidenheid aan ANW-zorg in Nederland

Een inwoner van Nederland die beroep doet op de acute zorg, kan met een verscheidenheid aan ANW-zorg geconfronteerd worden. Voor hetzelfde acute middernachtelijke medische probleem, kan hij/zij na een uitvoerige triage tientallen kilometers moeten rijden om vervolgens geholpen te worden door een basisarts zonder enige ervaring op de SEH, die bovendien ook op geen enkele wijze de relevante medische voorgeschiedenis kan raadplegen. Als de patiënt nog meer pech heeft, moet deze ook naar de apotheek. Die enige uren later pas open is. Wat te doen? Wachten of eerst weer een lange rit naar huis? Het kan ook gebeuren, dat hij/zij door een ervaren huisarts vlak in de buurt, binnen een kwartier geholpen wordt en als hij/zij geluk heeft krijgt de patiënt de eventueel benodigde medicatie ook nog direct mee. Tijdens het consult is direct het EMD geraadpleegd en zijn meteen alle gegevens bijgewerkt. De eigen huisarts kan de andere ochtend precies zien wat er is gebeurd. In Friesland biedt 22 % van de huisartsen nog deze huisartsenzorg. In Drenthe 11 %. Er zijn op dit moment nog meer plaatsen in Nederland waar de mensen gebruik kunnen maken van deze kleinschalige zorg. Deze huisartsen doen dit niet alleen omdat het de persoonlijke zorgrelatie ten goede komt, maar ook omdat deze zorg op het gebied van beschikbaarheid en bereikbaarheid veel beter aan de officiële kwaliteitseisen kan voldoen.Waar in Nederland voldoet de ANW-zorg aan de kenmerken zoals verwoordt in het Koninklijke Besluit van 18 oktober 2001? Of lappen we de inhoud van het besluit gewoon aan onze laars?

Zwaarte van ANW-zorg.

Het aantal patiëntencontacten per uur per normpraktijk in de ANW-diensten is 1.11 % van de zorgvraag overdag. Voor toelichting zie onderstaande tabel.

 Dag en ANW-zorgconsumptie

 

Aantal uren per jaar

Zorgconsumptie

= aantal gewogen  consulteenheden

per persoon per jaar

Aantal patiëntencontacten per uur per normpraktijk

Dagdienst

2550

6.6*

6.082

ANW dienst

6210

0.18**

0.068

 (bron: Nivel cijfers over 2003, ** bron: VHN benchmarkonderzoek 2005

 een tel. consult = 0.5 consult, een visite =1.5 consult)

 

Hierbij moet aangetekend worden, dat de aard en de tijdstippen van de contacten niet zonder meer vergelijkbaar zijn. In 2005 zocht ongeveer één keer per 14.5 uur één patiënt uit een normpraktijk tijdens de ANW-uren contact met een huisartsenpost. Slechts bij uitzondering is dit ‘s nachts. Een volledige verstoorde nachtrust tijdens elke dienst met als gevolg een jetlag, treedt dan ook uitsluitend op bij huisartsen, die in zeer grootschalige huisartsenposten werkzaam zijn. Kleinschalig werkende huisartsen zullen niet elke nachtdienst uit bed gebeld worden.

 Belang van continuïteit in herkenbare zorg.

 Volgens de auteurs van “Diensten de deur uit” hechten zowel huisartsen als patiënten aan een goede zorgrelatie waarin zij geen vreemden zijn voor elkaar. Volgens hen is aan deze behoefte buiten kantooruren moeilijk tegemoet te komen door grootschalige dienstenstructuren. Wij willen er de auteurs op wijzen dat  naast kleine waarneemgroepen er in Nederland ook nog steeds een aantal kleinschalige huisartsendienstenstructuren bestaan. In Drente een drietal. Deze kleinschalige structuren en kleine waarneemgroepen zijn in tegenstelling tot de grootschalige wel in staat ook buiten kantooruren tegemoet te komen aan de behoefte van een persoonlijke zorgrelatie. Vanuit de grootschalige structuren wordt steeds meer de roep gehoord om voor een deel of zelfs geheel terug te keren naar het leveren van kleinschalige ANW-zorg. Vooral chronisch zieke en terminale patiënten hebben belang bij continuïteit van herkenbare zorg, juist ook tijdens de lange ANW-uren. Een willekeurige waarnemer kan niet voorzien in herkenbare zorg. De kleinschalige huisartsenzorg, heeft recht om minimaal dezelfde financiering als de grootschalige. Alleen op deze wijze kan deze waardevolle vorm van huisartsenzorg waarborgen dat er een reele urencompensatie plaatsvindt en er op momenten van vakantie of ziekte er een kostendekkende vervanging geregeld kan worden. Voor de huisartsen, die weer kleinschalig willen gaan werken of blijven werken met uitzondering van de nachtdiensten, moet de mogelijkheid gecreëerd worden, dat ze voor deze nachtdiensten in een grootschalige huisartsenpost kunnen participeren. Aangezien de contacten in de nacht zo minimaal zijn, zal dit op de persoonlijke zorgrelatie weinig of geen invloed hebben, terwijl op deze wijze wel wordt bijgedragen aan de continuïteit van herkenbare zorg in de avond-  en weekenduren. Deze participatie in een grootschalige huisartsenpost moet er niet toe leiden, dat de aanrijdtijden in de nacht de maximumgrens gaan overschrijden.

   Financiering van ANW-zorg nu in de toekomst.

De grootschalige ANW-zorg heeft per jaar een budget, dat afhankelijk van de omstandigheden kan variëren tussen de 22.000 en 35.000 euro per jaar per normpraktijk. Indien de kleinschalige huisartsenzorg op vergelijkbare wijze gefinancierd wordt, zal deze ook op lange termijn een belangrijke rol in de huisartsenzorg kunnen blijven spelen met alle eerder genoemde voordelen. De nieuwe zorgverzekeringswet biedt in principe nieuwe mogelijkheden voor de financiering van de ANW-huisartsenzorg.  De huidige financiering van de huisartsenpost is gebaseerd op een budget dat wordt vastgesteld op basis van o.a. het aantal inwoners in een gebied. Het uiteindelijke budget gedeeld door het aantal verwachtte verrichtingen in enig jaar, bepaalt het verrichtingentarief, dat door de huisartsenpost in rekening kan worden gebracht. Een alternatief is een financiering via de huisarts op dezelfde wijze als nu de dagzorg. In dit alternatief ontvangt elke huisarts een vast bedrag (basis ANW module) per patiënt voor de ANW-zorg. Dit kan worden aangevuld met modules, die recht doen aan specifieke en regionale factoren, die de ANW-zorg moeilijker uitvoerbaar maken. Hierboven op komt dan nog een verrichtingentarief, dat veel lager is dan het huidige gemiddelde “HAP-tarief”.  Elke huisarts, al of niet via de HAGRO, kan met deze financiering voor zich zelf bepalen of ze de ANW-zorg zelf wil regelen of (deels) wil inkopen bij een al of niet geïntegreerde spoedpost in het nabijgelegen ziekenhuis, mits deze voldoet aan de hiervoor te stellen eisen (KKK’s). De spoedpost zelf is verantwoordelijk voor de bemensing en kan per regio ook zeer verschillende, door de huisartsen te betalen, (deel)tarieven hanteren. Het invoeren van een alternatief financieringssysteem voor ANW diensten biedt tegelijkertijd mogelijkheden voor de financiering van de door patiënten zo gewenste avondspreekuren.  

Continuïteit van zorg?

Twee soorten van vervoer en toch continuïteit. Twee soorten van zorg en toch continuïteit.  Het begrip continuïteit van zorg kan tot een holle alles verhullende frase verworden als niet precies aangegeven wordt wat met de woorden continuïteit van zorg wordt bedoeld. Gaat het puur om poppetjes, die ergens aanwezig zijn? Dan kloppen de stellingen. Maar als het om de inhoud en de zorgrelatie gaat, dan is er op deze stellingen nog veel af te dingen. Een ding is wel zeker als het aan de onderzoekers ligt, zullen de waarnemers steeds meer de dienst in de grootschalige ANW huisartsenzorg uit gaan maken. Zij concluderen immers dat de zorg overdag er ook beter van wordt. En wie kan daar nu tegen zijn als bovendien ook nog beweerd wordt, dat er sprake is van continuïteit van zorg? De huidige regelgeving zorgt er wel voor dat de grootschalige ANW-huisartsenzorg vrij baan krijgt. En nergens staat, dat deze zorg uitsluitend of voornamelijk door gevestigde huisartsen geleverd moet worden. Hoe dan ook, huisartsen zijn nu al massaal hun “eerstgeboorterecht” aan het “verkopen”. Zijn ze hiermee ook in een niet meer te stoppen trein gestapt of kan er nog aan de noodrem getrokken worden?

23  november 2006

SP grote winnaar van de verkiezingen


Jan Marijnissen te zien en te horen op: 
 
http://www.eetsmakelijk.nl/SiteNL/servlet/ctl/zomer/broadcast/broadcast.jsp?broadcastID=433 
 
In de 50 ste minuut van de uitzending van vrijdag 18 augustus spreekt Jan Marijnissen zijn zorg uit over de slechte situatie op het platteland wat betreft de bereikbaarheid van de huisartsenposten na werktijd en in het weekend. 
Hij noemt dit een van de weinige nadelen van het platteland, naast het slechte openbaar vervoer. 
 
Belofte maakt schuld! Zal er nu wat gaan gebeuren? 
 

Instructie: 
 
Wanneer men op de pauzeknop II drukt in het schermpje, dan is de uitzending vooruit te spoelen (dat lukt niet wanneer deze loopt). 
 

13 november 2006

Welke politieke partij staat voor goed bereikbare en beschikbare huisartsenzorg?

Open brief aan de lijsttrekkers van de politieke partijen en de leden van de Vaste Commissie voor Volksgezondheid Welzijn en Sport.  

13 november 2006

Onderwerp: Dag en nacht goede huisartsenzorg?

Open brief aan de lijsttrekkers van de politieke partijen en de leden van de Vaste Commissie voor Volksgezondheid Welzijn en Sport.  

i.a.a.: LHV, IGZ, patiëntenorganisaties, regionale en landelijke media

Geachte lijsttrekker en geacht kamerlid,

De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) heeft vorige week aan een aantal woordvoerders Volksgezondheid uit de Tweede Kamer de bestuursverklaring “Zorginitiatief 2006-2010: huisarts en patiënt centraal” gepresenteerd.

Vindt u net als de LHV, dat goede bereikbaarheid en beschikbaarheid van de huisartsenzorg, dag en nacht, een belangrijke voorwaarde is om te zorgen voor blijvend laagdrempelige toegang tot de huisartsenzorg?

Denkt u net als meerdere huisartsen, dat in veel situaties kleinschalige huisartsenzorg nog altijd betere waarborgen kan bieden voor een goede bereikbaarheid en beschikbaarheid van de huisartsenzorg dan grootschalige?

Beseft u hierbij dan ook, dat huisartsen die kleinschalig werken (en hierdoor nog steeds goed bereikbaar en beschikbaar zijn) door het overheidsbeleid al bijna twee jaar financieel gestimuleerd worden om zich aan te sluiten bij de grotere structuren?

Weet u, dat als gevolg van het huidige overheidsbeleid er eigenlijk geen plaats meer is voor kleinschalige huisartsenzorg? En dat hierdoor de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de huisarts in avond- nacht- en weekenddiensten ons inziens eerder slechter dan beter wordt?

Staat uw partij (nog steeds) achter het stimuleren van grootschalige huisartsenzorg? Dan hoeft u niets te doen, de kleinschalige huisartsenzorg zal dan een stille dood sterven. Meer informatie vindt u op: www.spoedarts.nu.

Staat uw partij voor goed bereikbare en beschikbare huisartsenzorg dag en nacht? Zet u dan in voor aanpassing van de huidige regelgeving! Wij zijn te allen tijde bereid, u hierbij te adviseren. We zullen graag de naam van uw partij vermelden op onze website als een partij, die staat voor goede bereikbaarheid en beschikbaarheid van de huisartsenzorg. Dag en nacht!

7 november 2006

De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) heeft vanmiddag haar beleid voor de komende vier jaar gepresenteerd. LHV-voorzitter Steven van Eijck overhandigde de bestuursverklaring “Zorginitiatief 2006-2010: Huisarts en patiënt centraal”

De huisarts is voor die patiënt het vaste, herkenbare en persoonlijke aanspreekpunt. Ten behoeve van die patiënt voert de huisarts de regie in de eerstelijns gezondheidszorg en begeleidt de patiënt bij ziekte en vragen rond diens gezondheid.

Voor een optimale eerstelijns zorg pleit de LHV voor blijvend laagdrempelige toegang tot de huisartsenzorg.

Goede bereikbaarheid en beschikbaarheid van de huisartsenzorg, dag en nacht, is daarbij een belangrijke voorwaarde."

                            ...............................................

De huisartsen in Diever, Dwingeloo, Havelte, Frederiksoord, Vledder, Giethoorn en Nijeveen, zorgen al jaar en dag voor goede bereikbaarheid en beschikbaarheid van de huisartsenzorg, dag en nacht!!

Helaas is de huidige regelgeving in Nederland zodanig, dat kleinschalige goed bereikbare en beschikbare huisartsenzorg steeds moeilijker wordt. Door deze regelgeving worden de huisartsen in bovengenoemd plaatsen gestimuleerd!! om grootschalig te gaan werken. Hierdoor wordt de huisartsenzorg minder bereikbaar en beschikbaar! Indien deze huisartsen wel grootschalig gaan werken, ontvangen ze nota bene meer geld!

In Drenthe zijn nog twee kleinschalige huisartsendienstenstructuren. In Zuidwolde en Westerbork.

Meer informatie over de problemen waarmee kleinschalige huisartsendienstenstructuren zitten te tobben, vindt u op deze website. Op dit moment is er nog steeds geen bericht van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, waar de vereniging DZDNO beroep heeft aangetekend tegen een uitspraak van het CTG/ZAio (thans NZA).  Zie 21 november 2005 op deze homepage.

                          ----------------------------------------------------------

6 november 2006

Uit De Twentse Courant Tubantia

Telefonische beoordeling assistente bij huisartsenposten 'kwetsbaar'
Huisarts moet vaker regie nemen

HENGELO - Huisartsen moeten vaker de regie nemen bij het beoordelen van patiënten, die een dokterspost bellen. Hun bemoeienis moet voorkomen dat assistentes een verkeerde diagnose stellen. Dat stelt de Inspectie voor de Gezondheidszorg in een onderzoek dat eind deze maand uitkomt.

Inspecteur Rob Sardeman gaf zaterdag bij de opening van de Hengelose huisartsenpost alvast een belangrijk schot voor de boeg. Zijn belangrijkste kritiek op de huisartsenposten in ons land heeft te maken met de triage, de telefonische beoordeling van de patiënt door de doktersassistente. Volgens Sardeman is die 'kwetsbaar'. 'Dat assistenten de telefoon opnemen geeft in sommige gevallen problemen.'
De inspecteur hamert daarom op goede scholing. Ook de positie van de huisarts bij de beoordeling baart de inspecteur zorgen. 'De huisarts moet meer de regie nemen. De arts is verantwoordelijk, dus neem die verantwoording dan ook.'
Het onderzoek legt meer problemen bloot. Zo wordt het ontbreken van een dienstapotheek bij veel huisartsenposten bekritiseerd. Ook de telefonische bereikbaarheid van huisartsenposten laat soms te wensen over.
De Hengelose huisartsenpost aan de Aletta Jacobslaan mag dan zaterdag officieel geopend zijn, pas vanaf 13 november is de post operationeel.

                                       ....................................

In het gebied van DZDNO:

  • triage uitsluitend door (bekende) huisarts.
  • dienstdoende huisarts werkt in het eigen Electronisch Medicatie Dossier (EMD) en Electronisch Patienten Dossier (EPD) van de patiënten uit het gebied van DZDNO.
  • huisarts en huisartsenpost dichtbij de patiënten.
  • apotheek in de huisartsenpost.

7 april 2006:

VWS wil één loketfunctie voor spoedeisende zorg

VWS geeft zijn reactie op het rapport 'Spoed moet goed' van CVZ, en vindt dat er één loket moet komen voor spoedeisende hulp.

Het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) bracht in 2005 een onderzoek uit met als titel 'Acute zorg: over schakels en functies'. Dit onderzoek liet zien dat een acute zorgketen ingericht en bekostigd kan worden op basis van de functionele omschrijving c.q. aanspraken, overeenkomstig de Zorgverzekeringswet, wat leidt tot meer doelmatigheid binnen de keten.

Het accent ligt op het realiseren van een (eenduidige) toegang en regie binnen de acute zorgketen. Dit komt feitelijk neer op een zgn. 'front office' in de regio, dat telefonische triage verzorgt, de regie voert voor doorgeleiding in de keten en beheerstaken uitvoert (bijvoorbeeld voor wat betreft het Elektronisch Medisch Dossier (EMD).

De patiënten in het gebied van de DZNDO weten al jaren waren ze dag en nacht  voor spoedeisende zorg terecht kunnen. Hier hebben niet alleen de patiënten baat bij, maar het is nog veel goedkoper ook voor de zorgverzekeraars.

Dag en nacht deskundige hulp door een huisarts, die ter plaatse bekend is en snel aanwezig kan zijn in geval van nood.

Niet alleen de medische zorg is snel, dichtbij en vakkundig, maar ook de farmaceutische zorg kan direct geleverd worden. Voor deze farmaceutische zorg wordt voor de eigen patiënten geen receptregel in rekening gebracht.

GOED, GEMAKKELIJK EN GOEDKOOP!

 Wie zou dat nu niet willen?

25 maart 2006:

KNMG is bezorgd over de voortgang van de invoering van het EMD (electronisch medicatiedossier) en het EWD (electronisch waarneemdossier).

De behoefte aan relevante informatie in de waarneemsituatie bij huisartsen is in de afgelopen jaren sterk toegenomen. Uit een onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) bleek dat in 2003 slechts 7% van de centrale huisartsposten (CHP’s) inzage had in het vaste dossier bij de huisarts. De CHP’s, District Huisartsenverenigingen (DHV’s) en de IGZ onderschreven na het onderzoek van 2003 het belang om deze waarneemfunctie op korte termijn in te voeren.

In de huisartsendienstenstructuur DZDNO zijn deze dossiers al jaren operationeel, terwijl dit bij de omliggende grote HDS-en nog steeds niet het geval is. Desondanks vindt de overheid het ook in 2006 nog steeds nodig kleinschalige HDS-en te stimuleren op te gaan in grotere HDS-en, waarbij deze belangrijke verworvenheden weer zullen verdwijnen met alle nadelige gevolgen vandien.

Eerst afbreken en dan weer opbouwen? 

Voor DZDNO is ook dit een belangrijke reden een beroepsprocedure aan te spannen tegen het beleid van de overheid.

9 december 2005

KNMP waarschuwt voor verdwijnen apotheekhoudende huisarts  

In een brief van de KNMP aan de LHV waarschuwen de apothekers ervoor dat de kans bestaat dat door de nieuwe geneesmiddelenwet de apotheekhoudende huisarts zal verdwijnen.

Niet alleen patiënten, maar ook huisartsen zal dit direct raken. Allereerst verliest de huisarts in het wetsvoorstel van de minister de apotheker als volwaardige gesprekspartner. Het dagelijkse contact tussen arts en apotheker over medicatie van patiënten is de laatste jaren versterkt. Dit verdwijnt als toegestaan wordt dat de apotheker uit de apotheek verdwijnt. Daarnaast kan een apotheker die zijn patiënten niet kent en die verantwoordelijk is voor een veelvoud van het huidige aantal patiënten de steeds complexer wordende farmaceutische zorg niet goed leveren. De KNMP vreest dat arts en apotheker elkaar uit het oog verliezen wanneer de apotheker voor enorme aantallen patiënten verantwoordelijk kan worden gemaakt. Dat laatste is ook voor de huisarts onwenselijk, vindt de KNMP.

In het gebied van DZDNO zijn uitsluitend apotheekhoudende huisartsen werkzaam. Hierdoor is de farmaceutische zorg 7 x 24 uur dichtbij huis en wordt het uitgevoerd door huisartsen, die de patiënten kennen en tevens hun Elektronische Medische Dossier en hun Elektronische Farmaceutische Dossier direct  kunnen raadplegen en bijwerken. Eventuele contra-indicaties en interacties worden tijdens het consult gemeld, waardoor er tijdig op deze meldingen geanticipeerd kan worden.

Door overheidsbeleid dreigt deze optimale patiëntenzorg te verdwijnen.

16 november 2005

Kamervragen waarneemdossier huisartsen  

Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt heeft minister Hoogervorst schriftelijk vragen gesteld over de invoering van het elektronisch waarneemdossier huisartsen.

De CDA-parlementariër maakt zich ernstig zorgen over de voortgang van dit project, nadat vorige week bekend werd dat de landelijke uitrol met ongeveer minimaal een jaar is opgeschort meldt De Automatiseringsgids.

"Tot 1 november kregen wij te horen dat de landelijke uitrol van het Elektronisch Waarneemdossier Huisartsen zou plaatsvinden vanaf 1 januari 2006. Nu is dat opeens voor onbekende tijd uitgesteld. Door deze vertraging is bij een groot deel van de huisartsenposten nog steeds helemaal geen medische informatie over patiënten, die voor acute en dringende klachten binnenkomen, aanwezig. Ik wil graag van de minister weten wat dit betekent voor de patiëntveiligheid."

In de HDS DZDNO wordt al jaren gewerkt met een electronisch waarneemdossier.  VWS acht het uit het oogpunt van DOELMATIGHEID gewenst, dat deze HDS opgaat in grotere eenheden, waardoor het door de geachte afgevaardigde zo gewenste e-waarneemdossier weer verdwijnt.
 
Dan dus ook verdwenen de zo door de geachte afgevaardigde gewenste kwaliteit! 
 
Hoewel, VWS beweert bij hoog en laag, dat dit allemaal gebeurt uit het oogpunt van kwaliteit (e-mail discussie in ons bezit). Weten ze bij VWS eigenlijk wel waar ze over praten en beslissen?

12 augustus 2005

Onvoldoende medicatiebewaking in nieuwe dienstenstructuur  

De kwaliteit van de farmaceutische zorgverlening door dienstapotheken tijdens avond-, nacht- en weekenddiensten is onvoldoende vindt de IGZ, doordat ze geen inzicht hebben in de actuele medicatiegegevens van de patiënt.

Dit is een groot risico voor de patiëntveiligheid, omdat de patiënt daardoor medicijnen kan krijgen die de werking van andere geneesmiddelen beïnvloeden of allergische reacties veroorzaken. Dit blijkt uit onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg naar de zogenoemde dienstapotheken.

In deze relatief nieuwe dienstenstructuur werken apothekers uit een groot verzorgingsgebied 's avonds, 's nachts en in het weekend samen op één vast adres, vergelijkbaar met huisartsenposten. Er zijn ook apotheken die niet zijn aangesloten bij deze dienstenstructuur; zij regelen hun avond- nacht en weekenddiensten onderling bij toerbeurt. Deze zijn niet door de inspectie onderzocht.

De meeste patiënten gaan voor hun geneesmiddelen overdag naar hun reguliere apotheek, die hun medicatiegegevens beheert. Het probleem van de dienstapotheken is dat zij vaak geen toegang hebben tot deze gegevens, waardoor de medicatiebewaking afhankelijk is van de informatie die de patiënt zelf geeft. Slechts de helft van de bezochte dienstapotheken heeft inzage in het dossier door een koppeling met de reguliere apotheek van de patiënt.

Een ander probleem is dat in één dienstapotheek soms tientallen apothekers en ruim honderd assistenten werken. De onderlinge afstemming is vaak slecht geregeld en taken en verantwoordelijkheden liggen niet vast. De inspectie roept de KNMP, de beroepsorganisatie van apothekers, op om richtlijnen te ontwikkelen voor de organisatie van dienstapotheken.

De onderzochte dienstapotheken zijn vanaf de huisartsenposten goed bereikbaar. Maar de afstand tussen de woonplaats van een patiënt en de dienstapotheek is soms meer dan 30 kilometer. Volgens de norm voor apothekers moet spoedeisende farmaceutische zorg binnen 20 minuten worden verleend. Bij een afstand van 30 kilometer is deze norm niet haalbaar.

Het is de verantwoordelijkheid van de apotheker om erop toe te zien dat de medicatiebewaking sluitend is. Apothekers en apotheekhoudende artsen moeten zo snel mogelijk een informatiesysteem opzetten, zodat er in dienstapotheken altijd inzage is in actuele medicatiedossiers. Een snelle invoering van het landelijk elektronisch medicatiedossier is essentieel voor veilige en goede patiëntenzorg.

Bron: IGZ

In het gebied van DZDNO doen alle bovengemelde problemen zich niet voor. De spoedeisende farmaceutische zorg is altijd binnen 20 minuten leverbaar en alle medicatiegegevens van de patienten woonachtig in het gebied van DZDNO zijn direct on-line.

DZDNO:

Farmaceutische zorg: deskundig, dichtbij en doelmatig.

8 juli 2005

'De huisartsgeneeskundige inbreng in de acute ketenzorg’  

Het NHG richt zich met een concept-Standpunt op de inhoudelijke aspecten van de acute ketenzorg en komt op basis daarvan tot enkele organisatorische richtlijnen.

De NHG vindt dat deze regionaal vertaald moeten worden waarbij de Landelijke Huisartsen Vereniging het tot haar taak rekent hiervoor de juiste randvoorwaarden te creëren. Het NHG is van mening dat een goed functionerende zorgketen in de acute medische zorg cruciaal is. Het uitgangspunt in de keten van hulpverlening bij acute gezondheidsklachten is dat de zorg wordt verleend op het juiste moment, op de juiste plaats, en door een hulpverlener met de juiste competenties. Het concept-Standpunt wordt over enige tijd door het NHG-bestuur vastgesteld, en ook door het LHV-bestuur. Het zal in december voor bekrachtiging worden ingebracht in de Algemene Ledenvergadering van het NHG.

´De acute ketenzorg behoeft verbetering; de keten ‘rammelt’. Dat wordt uit de praktijk en de overstelpende hoeveelheid literatuur daarover wel duidelijk. Volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg is een ketenbrede visieontwikkeling niet van de grond gekomen en worden vooral huisartsen nauwelijks bij de ontwikkeling betrokken. Dat is echter slechts een fractie - zij het een belangrijke fractie - van het probleem. Huisartsen, ziekenhuizen, ambulancezorg en de CPA’s worden opgeroepen om samen te gaan werken aan een vereenvoudigde structuur voor de spoedeisende medische hulpverlening´.

Brief aan Minister Hoogervorst (9 juli 2005), 
 
Geachte minister,

Lees de kwaliteitseisen voor acute huisartsenzorg, die staan genoemd op pagina 13 van het NHG concept-Standpunt. 
En leg de logica uit van de nieuwe normering huisartsendienstenstructuren, waarbij kleinschalige structuren, die nu al kunnen voldoen aan de in het concept rapport genoemde kwaliteitseisen, worden gestimuleerd aansluiting te zoeken bij grote structuren maar dan tegelijkertijd flink zullen inleveren op het gebied van deze kwaliteitseisen. Het thans toegankelijk elektronisch medisch dossier zal bijvoorbeeld weer verdwijnen. Is dit allemaal in het kader van de door u nagestreefde doelmatigheid?  
 

 ----------------------------------------------------------------------------------------------------------

CTG/ZAio verklaart het bezwaarschrift van DZDNO tegen de tariefsbeschikking ongegrond

21 november 2005: de HDS DZDNO stelt bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven een beroep in tegen het CTG/ZAio besluit van 13 oktober 2005, waarbij het bezwaarschrift van DZDNO tegen de tariefsbeschikking van het CTG/ZAio ongegrond wordt verklaard.

Vragen:

  • Vindt u ook, dat er zo weinig mogelijk huisartsen ingezet moeten worden bij de avond- nacht- en weekendiensten?
  • Vindt u het ook ondoelmatig, als huisartsen gemiddeld meer dan 450 uren per jaar avond- nacht- weekenddiensten verrichten?
  • Vindt u ook, dat als ze toch meer dan 450 uren per jaar werken, ze niet betaald moeten worden voor de behandelingen van vakantiegangers?
  • Vindt u ook, dat als ze toch meer dan 450 uren werken, ze geen recht hebben op de toeslagen, die gelden voor het platteland?
  • Vindt u ook, dat deze huisartsen uiteindelijk maar helemaal niet meer betaald moeten worden?
  • Vindt u ook, dat huisartsenposten recht hebben op meer geld als ze in de avond, nacht- weekenddiensten, minder dan 1 huisarts inzetten op 34000 inwoners?
  • Vindt u ook, dat een plaats van bijna 70.000 inwoners eigenlijk platteland is?
  • Vindt u ook, dat de huisartsen zich grootschalig moeten organiseren?
  • Vindt u ook, dat grootschalige huisartsenposten een betere kwaliteit leveren?
Vindt u dit allemaal, dan hoeft u niets te doen, want dit is allemaal al geregeld in de normering huisartsendienstenstructuren, die op 1 januari 2005 is ingegaan.
 


13 oktober 2005: CTG/ZAio verklaart het bezwaar van DZDNO tegen het uitsluiten van de plattelands- en zorgmodule ongegrond.

Een HDS, die de huisarts gemiddeld meer dan 450 uren per jaar per normpraktijk inroostert voor ANW diensten heeft geen recht op de platteland- en zorgmodule.

Dat wil zeggen, dat als er voor een bevolkingsgroep van bijna 34.000 duizend mensen, meer dan 1 huisarts paraat staat, deze HDS gekort wordt in het budget.

Deze HDS-en worden van een potentiële budgetverhoging (die kan oplopen tot 50 %) uitgesloten.  

Het CTG/Zaio stelt in haar Beslissing op Bezwaar, dat DZDNO uit het oogpunt van de beschikbaarheid en bereikbaarheidseisen van het IGZ op de huidige (kleinschalige) voet door moet gaan (ondanks de vele uren dienst voor de huisartsen, die hiermee gepaard gaan).
 
CTG/ZAio suggereert vervolgens aan DZDNO twee mogelijkheden om dit te verwezenlijken.
 
  1. Aansluiten bij een grote HDS en als satelietpost blijven functioneren. De angst van DZDNO hierbij is, dat deze posten over enige tijd vanwege bezuinigingsmaatregelen opgedoekt zullen worden. DZDNO heeft van niemand  garanties gekregen, dat dit niet zal gebeuren. Bovendien komen alle aanpalende grote HDS-en (Drenthe, Friesland en Flevoland) nu al niet uit met het budget (inclusief alle modules), waar ze volgens de huidige normering recht op hebben. Samen met vier andere posten hebben ze extra financiering aangevraagd.

     

  2. Weer omvormen tot een waarneemgroep. Het CTG/ZAio vindt eigenlijk, dat de huisartsen (in de HDS) op jaarbasis "teveel" verdienen aan de ANW diensten (door de vele uren dienst). In de begroting van 2005 wordt door DZDNO voor elk ingezet huisartsenuur (inclusief autokosten, huisvestingskosten etc.) een bedrag opgenomen van € 25,85 per uur. Een huisarts van DZDNO "verdient" in 2005 gemiddeld na aftrek van alle kosten netto € 7,96 per netto gewerkt ANW uur. Bij ongewijzigde normering zal dit in 2009 gedaald zijn tot netto € 3.36 per netto gewerkt uur. CTG/Zaio schrijft niet rechtstreeks dat de huisartsen teveel verdienen, maar stelt wel dat de huisartsen op jaarbasis veel uren maken en hierdoor het door het CTG/ZAio vastgestelde normbedrag per jaar overschrijden. Alsof de huisartsen uit zijn op de vele uren dienst! Indien de huisartsen de ANW tarieven van huisartsen niet werkzaam in een HDS gaan declareren komen ze (uitgaande van hetzelfde aantal consulteenheden en hetzelfde aantal ANW uren dienst als in 2004) op een bruto uurvergoeding van  12,27 per huisarts. Na aftrek van alle kosten (vervoer, automatisering, huisvesting, AO verzekering etc.) resteert uiteindelijk een netto vergoeding van € 1.81 (één euro en één en tachtig eurocent) per netto gewerkt uur.
 
Dit laatste bedrag is volgens de huisartsen werkzaam in de HDS DZDNO geen basis voor continuïteit in de ANW huisartsenzorg in het gebied van Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel. De huisartsen, die op dit moment werkzaam zijn in dit gebied, zijn niet van plan zich door het huidige overheidsbeleid te laten ontmoedigen en blijven de zorg leveren, waar de mensen recht op hebben.

AUTO MET CHAUFFEUR MAG MEER KOSTEN DAN HUISARTS MET AUTO

Ter vergelijking: Medi Expresse (www.medi-expresse.nl), de 1e Dokters Nachtdienst Service (met laagste prijs garantie!) rekent voor een Opel Astra met chauffeur een hoger bedrag per uur, dan DZDNO in 2005 per uur in rekening brengt voor een huisarts (inclusief auto, huisvesting, automatisering, telefoonkosten, management etc.!). Grootschalige HDS-en, die zich dit soort uitgaven kunnen permitteren, wordt door het CTG/ZAio geen strobreed in de weg gelegd.

 

Een overheid, die een huisarts met zijn volle professionele verantwoordelijkheid voor dit soort (absurde) bedragen paraat laat staan, neemt een grote verantwoordelijkheid op zich.

 

In beide door het CTG/ZAio geopperde mogelijkheden is het aantal ingezette ANW uren per huisarts gelijk aan het huidige. In de Beslissing op Bezwaar noemt CTG/ZAio dit hoge aantal uren ondoelmatig, omdat het gebeurt in een HDS en hierdoor gepaard gaat met hogere kosten. Hoe doelmatig is dezelfde inzet aan uren in een grootschalige HDS?

 

Het CTG/Zaio laat zich niet beïnvloeden door de brief van de LHV (12 september 2005), waarin de LHV aangeeft het bezwaarschrift van DZDNO te ondersteunen.

 

Het CTG/ZAio laat zich in haar besluitvorming wel leiden door het standpunt van de VHN (Vereniging Huisartsenposten Nederland), vertegenwoordiger van de HDS'en in Nederland, die recent nog heeft aangegeven nog steeds in te stemmen met de beleidsregels zoals die nu gelden voor kleine HDS'en.

 

CTG/ZAio vindt, dat als waarneemgroepen zich reorganiseren tot een huisartsendienstenstructuur van gelijke omvang (wat bij DZDNO niet het geval is!) er geen werkdrukverlaging wordt bereikt, terwijl de kosten wel toenemen.

De HDS afdeling van de LHV (thans Vereniging Huisartsenposten Nederland, kortheidshalve VHN genaamt) en ZN/KPZ hebben voorgesteld om de AMvB op dit punt aan te passen zodat kleine HDS'en niet meer in aanmerking komen voor HDS-financiering.

De VHN (Vereniging Huisartsenposten Nederland) is tezamen met ZN/KPZ in overleg met het Ministerie van VWS om de AMvB per 1 januari 2006 aan te passen.
 

DZDNO heeft geen idee wat hierin komt te staan. Op grond van de door het CTG/ZAio gegeven opties zijn er in de toekomst waarschijnlijk nog twee mogelijkheden voorhanden:

  1. Hele grote HDS-en, die de ANW zorg voor minimaal enige honderd duizenden inwoners verzorgen.
  2. Waarneemgroepen, die de ANW zorg voor kleine bevolkingsgroepen op zich nemen. Deze zullen vooral bij een relatief geringe werkdruk, zoals op dunbevolkte platteland bij het huidige consulttarief (voor huisartsen niet werkzaam in een HDS) te weinig inkomen genereren om continuïteit te kunnen waarborgen en zullen in de loop van de tijd waarschijnlijk steeds minder voorkomen.

-------------------------------------------------------

Normering huisartsendienstenstructuren

Vanaf 1 januari 2005 is de financiering van huisartsendienstenstructuren gewijzigd ten voordele van grootschalige huisartsenposten. De overheid wil op deze wijze kleinschalige structuren zoals de DZDNO "stimuleren" op te gaan in grotere verbanden. De consequentie zal zijn, dat de reisafstanden van patiënten naar  huisartsenposten fors zullen toenemen. Wat dit betekent voor het gebied in Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel vindt u bij de items HDS DZDNO en (lokale) politiek.   

Elke huisartsendienstenstructuur (HDS) heeft vanaf 1 januari 2005 recht op een vaste vergoeding per inwoner (10 euro). Hier bovenop kunnen HDS-en nog rechten doen gelden op een module platteland (maximaal 2.50 per inwoner) en een module zorgconsumptie (maximaal 2 euro per inwoner). Van de totale vergoeding wordt uiteindelijk 90 -110 procent beschikbaar gesteld. Dit is de zogenaamde plusmodule. 

Voor de plattelandsmodule komt een HDS in aanmerking als een woonkern minder dan 70.000 inwoners heeft. Het grootste deel van Nederland komt in meer of minder mate in aanmerking voor de plattelandsmodule. Uitzonderingen zijn Amsterdam en Almere, deze hebben in het geheel geen rechten geclaimd op de plattelandsmodule. De HDS Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel, werkzaam in een extreem dunbevolkt gebied komt in de nieuwe normering echter niet in aanmerking voor de module platteland.

Voor de module zorgconsumptie komt een HDS in aanmerking als de HDS meer dan 14 verrichtingen in de avond- nacht- weekenddienst heeft per 100 inwoners. Tot een maximum van 27 verrichtingen per 100 inwoners wordt een evenredig deel van 2 euro per inwoner beschikbaar gesteld. Voor meer verrichtingen wordt geen extra bijdrage verstrekt. De HDS Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel, die veel extra verrichtingen heeft door:

  • veel ouderen

  • veel vakantiegangers

  • weinig zelfverwijzers

tot een totaal van 27.5 per 100 inwoners, komt in de nieuwe normering echter niet in aanmerking voor de module zorgconsumptie

Ter illustratie een aantal voorbeelden om te laten zien welke effecten de huidige normering heeft (uitgaande van 100 % beschikbaar budget)

  • Amsterdam (geen platteland, zorgconsumptie: 13), maximale budget per verrichting: € 76.92
  • Almere (geen platteland, zorgconsumptie: 22), maximale budget per verrichting: € 51,54
  • Rijnmond (26 % platteland, zorgconsumptie: 17), maximale budget per verrichting: € 66.29
     

  • Etten Leur (100 % platteland, zorgconsumptie: 26), maximale budget per verrichting: € 55,80 .
     

  • Hoorn (100 % platteland, zorgconsumptie: 15), maximale budget per verrichting: € 85.
     

  • Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel (100 % platteland, zorgconsumptie: 27.5, geen module platteland en geen module zorgconsumptie), maximale budget per verrichting: € 36,69

De huidige normering heeft tot gevolg dat:

  • HDS-en in relatief dichtbevolkte gebieden toch nog gebruik kunnen maken van (een deel van) de plattelandsmodule.
     

  • HDS-en met een relatief lage zorgconsumptie, door bijvoorbeeld veel zelfverwijzers (naar spoedeisende hulp van een ziekenhuis) een hoog budget per verrichting hebben.
     

  • HDS-en met een maximale plattelandsmodule en een lage zorgconsumptie, een hoog tarief per verrichting in rekening kunnen brengen.
     

  • Kleinschalige HDS-en in extreem dunbevolkte gebieden met een hoge zorgconsumptie (bijvoorbeeld door weinig zelfverwijzers en veel vakantiegangers), een laag tarief per verrichting in rekening mogen brengen.

Mogelijk wordt in de nabije toekomst zelfs de totale financiering van de kleinschalige huisartsenzorg buiten kantooruren stop gezet.

De beschikbaarheid, bereikbaarheid en de kwaliteit van de acute huisartsenzorg komt hiermee in extreem dunbevolkte gebieden in toenemende mate onder druk te staan.

Dit is dan ook de reden, dat de HDS DZDNO bij verschillende verantwoordelijke instanties aan de bel heeft getrokken om de nadelige effecten van de huidige normering onder de aandacht te brengen.

22 februari 2005: bezoek aan VWS (Leo Kliphuis) samen met wethouder Ruud Smeenk van de gemeente Westerveld. Duidelijk gemaakt, dat de huidige normering niet in het belang is van een goede ANW-zorg in dunbevolkte recreatiegebieden als Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel.

23 februari 2005: bezoek van Peter Niesink van ZN aan ons gebied. Na een rondrit door het Drents Friese Wold en een wandeling in Giethoorn was het hem al snel duidelijk, dat een kwalitatief goede ANW zorg in ons gebied niet vanuit Meppel aan te sturen is. Tevens gesprek van de heer Niesink met gemeente Westerveld en "platform behoud kleinschalige huisartsenzorg"

22 maart 2005: gesprek met UMCG ambulancezorg (Tynaarlo) over formalisering van de  intensieve samenwerking in de spoedeisende zorg tussen de RAV en DZDNO.

3 juni 2005: overleg met gemeente Westerveld, RAV, Diaconessenhuis Meppel, CHD Drenthe en "platform behoud kleinschalige huisartsenzorg" over de ANW zorg in ons gebied.

8 juni 2005: hoorzitting in Utrecht bij het CTG/ZAio over bezwaarschrift tegen tariefbeschikking HDS (zonder platteland- en zorgmodule). Aangeven, dat de huidige normering de kwaliteit van de geleverde ANW-zorg in dun bevolkte recreatiegebieden op termijn fors onder druk zal zetten. Dat de huidige kwaliteit op het gebied van beschikbaarheid en bereikbaarheid in ons gebied alleen nog maar geleverd kan worden, doordat de huisartsen genoegen nemen met een fors gereduceerde uurvergoeding. Dat in deze reductie wel een ondergrens zit. Eind augustus wordt een uitspraak verwacht.

                           -----------------------------------------------------

Indien u een huisarts heeft in de plaatsen Diever, Dwingeloo, Vledder, Frederiksoord, Havelte, Nijeveen ,Giethoorn of u verblijft als toerist in de gemeente Westerveld, de plaatsen Nijeveen, Wanneperveen of Giethoorn, dan kunt u overdag beroep doen op de huisartsenzorg in eerder genoemde plaatsen.

Buiten kantooruren (ANW diensten) is de vereniging DZDNO verantwoordelijk voor de continuïteit van de dienstverlening in dit gebied.

In nauwe samenwerking met de huisartsen zorgt zij er voor, dat er ook in 2005 een goed beschikbare en gemakkelijk bereikbare huisartsenzorg aanwezig is met de volgende kenmerken

Continuïteit van zorg:

•   7 x 24 uur hetzelfde telefoonnummer voor (spoedeisende) huisartsenzorg
•   7 x 24 uur een telefoonnummer waaraan geen extra kosten verbonden zijn en
    tevens toegankelijk is voor alle telefoontoestellen (0900 nummers: kosten € 1.25
    per minuut bij prepaid bellen)
•   7 x 24 uur zorgverlening door bekende huisartsen bij de intensieve thuiszorg
•   7 x 24 uur zorgverlening door bekende huisartsen bij terminale thuiszorg en
    stervensbegeleiding
•   directe toegang tot het Electronisch Medisch Dossier (EMD) van bijna alle
    patiënten, die tijdens de ANW dienst gezien worden, waardoor correcte informatie
    over ziektegeschiedenis
•   directe verslaglegging in het EMD, waardoor goede overdracht naar eigen huisarts
•   bij het voorschrijven van medicatie, directe waarschuwing voor contra-indicaties
    en/of interacties

Goede beschikbaarheid, bereikbaarheid en herkenbaarheid:

•   triage bijna altijd door dienstdoende huisarts
•   grote beschikbaarheid van huisartsen, waardoor nauwelijks of geen wachttijd
•   snelle bereikbaarheid bij spoed
•   15 minuten criterium blijft in hoge mate gehandhaafd
•   relatief korte afstanden van patiënt tot huisarts
•   kleine reisafstanden geven vooral minder grote problemen voor de relatieve grote
    groep 65 +ers in dit gebied. Zij worden vooral getroffen door de slechte openbaar
    vervoervoorzieningen in de regio ZW Drenthe en NW Overijssel, waardoor ze erg
    afhankelijk zijn van derden.
•   bekendheid van de huisarts met de locale situatie is vooral in de water- en bosrijke
    gebieden van groot belang in het geval van spoedeisende hulp buitenshuis
•   toeristen hebben medische zorg, betrekkelijk dicht bij hun camping of
    vakantiehuisje
•   herkenbaarheid, meestal een bekende huisarts
•   korte lijnen (weinige tussenpersonen), hooguit assistente en huisarts


 

Apotheek dichtbij:

•   directe afgifte van de voorgeschreven medicatie
•   controle op mogelijke interacties met de eventueel al gebruikte medicatie
    en de in het EMD opgeslagen contra-indicaties (voor inwoners van dit gebied)
•   continue beschikbaarheid van meest betrouwbare medicatiehistorie door
    samenvoeging voorschrijf- en afleverhistorie in het EMD (voor inwoners van
    dit gebied)

Deskundige huisartsenzorg:

•   voornamelijk door de gevestigde huisartsen met heel veel praktijkervaring
•   zelfstandige en snelle afhandeling door de huisarts van bijna alle traumata en
    andere spoedeisende gevallen
•   hierdoor wordt onnodig en soms ongewenst ambulancevervoer voorkomen

Juiste verwijzingen:

•   de huisarts handelt de spoedgevallen af volgens de hiervoor geldende (NHG)
    standaarden.
•   nauwelijks verwijzingen door de huisarts naar de Spoed Eisende Hulp (SEH)
    van het ziekenhuis, doordat er voldoende tijd is om de juiste diagnostiek en
    behandeling plaats te laten vinden.

------------------------------------------------------------------

Als het aan de huisartsen ligt, dan gaat bovenstaande dienstverlening nog jaren door.

Zoals al eerder vermeld, is met ingang van 1 januari 2005 de regelgeving door de overheid rondom huisartsendienstenstructuren zodanig veranderd, dat het voor de kleinschalige structuren (zoals DZDNO) steeds moeilijker wordt om te kunnen voortbestaan.

Mogelijk wordt in de nabije toekomst zelfs de totale financiering van de kleinschalige huisartsenzorg buiten kantooruren stop gezet.

Wij vinden dit een zorgelijke ontwikkeling.

Voor een goed bereikbare en goed beschikbare huisartsenzorg hopen wij, dat DZDNO nog jaren blijft bestaan.

                               ----------------------------------------------------------------